Van planeren naar bootvliegen

Het hangt al sinds 1998 in de lucht, letterlijk. De overtreffende trap van planeren met je rubberboot: bootvliegen of op z’n Amerikaans de Flying Boat.

De sky vormt geen limiet bij bootvliegen

Planeren betekent zoveel ‘lift’ ontwikkelen dat je over de boeggolf heen springt en op het water gaat varen. Bij planeren blijf je de achterkant in het water houden voor de aandrijving en om te kunnen sturen.  Maar als je de scheepsschroef boven het water zou zetten, dan werken dezelfde krachten ook natuurlijk.

Met een wat grotere vleugel dan de onderkant van je boot kun je veel meer lift genereren met lucht dan mogelijk is door waterdruk. De luchtweerstand van de vleugel is veel kleiner dan de waterweerstand van de romp. Grappig dat er zo weinig planerende boten zonder vleugels boven water rondvaren. Daar zou wel eens verandering in kunnen komen.

Kijk eens naar dit Zweedse filmpje van 5 minuten:

De snelheid is er ook naar, bij ongeveer 24 knopen (ca. 45 km/uur) kom je los van het water en kun je met 40 knopen bootvliegen. Ik zie me al varen met 7 knopen en met de dinghy even 25 mijl vooruit vliegen met 75 km per uur om een ankerplaats te zoeken in de baai van bestemming…

Welke bootaandrijving voor bootvliegen?

Het gewicht moet netjes verdeeld zijn met het zwaartepunt (motor+tank) achterin. Net als in een speedboot. Er is niet veel verschil tussen varen door het water en vliegen boven het water. Je hebt een bijkomende handigheid nodig voor het sturen met de delta vleugel die 16 tot 19 m2 dacron zeil verdeeld over een spanbreedte van 10 meter.

De motor valt groot uit in verhouding tot de rubberboot. We hebben het over een tweecilinder benzinemotor die 65 pk levert bij 6500 toeren. Met de koppeling en de starter erbij weegt die slechts 50 kilo, dat is ook meteen de reden om geen kerosine (=diesel) motor te gebruiken. Bijvoorbeeld de Rotax.

De kostprijs is een hobbel, de vanaf prijs voor een complete set inclusief BTW ligt op 35.000 euro. De Amerikaanse uitvinder in Miami probeert al jaren een Europese vestiging van de grond te krijgen in Spanje. Dat komt neer op een vliegschool want je vaarbewijs geldt niet boven water, deze verruiming van de hobby brengt het Micro-Light-Aircraft vliegbrevet met zich mee waarvoor je nog eens 7.500 euro op tafel moet leggen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *